Het begon allemaal met boeken en fantasie. Wat als ik ‘De negerhut van Oom Tom’ van Harriet Beecher Stowe had gelezen in plaats van ‘Winnetou en Old Shatterhand’ van Karl May of ‘De avonturen van Huckleberry Finn’ van Mark Twain en niet ‘Arendsoog en Witte Veder’? En daarna de stoere avonturen van Walt Slade.
Misschien was het dan eerder de bluesmuziek dan de country geworden. The Beatles leunden sterk op Buddy Holly’s erfenis, de Rolling Stones meer op Bo Diddley. Maar beide groepen namen Not fade away van Buddy Holly op. Blues, country en gospel waren de basis van de rock and roll en dus de popmuziek.
En dan in de zeventiger jaren de vernieuwing door Gram Parsons, het rijkeluiszoontje die theologie, eventjes, maar toch, in Harvard studeerde, bevriend raakte met Kieth Richard van de Rolling Stones en met The Byrds The sweetheart of the rodeo opnam. Hij veranderde de (gladde) country in een mix van country en pop. Samen met zangeres Emmylou Harris.













